Pelgrim naar Pasen Pelgrim naar Pasen
ineens dringt het tot je door je weet niet waar het is - je sleutelbos, je bril, je telefoon, dat ene boek waar je zoveel mee hebt. Waar het nooit zal liggen, zelfs daar zoek je rond - om wanhopig van te worden. Een vriendin of vriend verliezen aan het leven - laat staan je man, je vrouw. Hoe voelt dat? Je snapt elkaar niet meer. Wie heeft die andere taal geleerd? Ik voel je, snap je, raak je niet meer. Alles wat er was lijkt verdampt. Diep van binnen leeft in jouw een groot verdriet van onmacht en wie weet wat. Een Vader mist zijn geliefd kind. Waar ben je? Adam, Eva! Hij roept jouw naam in de koelte van de avond. Hij is bang, bang met heel Zijn wezen dat je verdwaalt in de nacht die komt. Waar ben je? Jij mijn kind. Mijn allerliefste. Aswoensdag vertelt over zielsverlangen. Niet die van jou of van mij. Maar om het zielsverlangen van God. Waar ben je mijn kind? Want zonder mij raak jij van stof tot stof. (Gen 3:19)    

Kwijt

Home Home

Aswoensdag.

Wereldwijd gaan er vandaag veel christenen naar de kerk. Het is het begin van de Vastentijd. Hiermee begint een tijd van bezinning, inkeer en verdieping van het geloof. Het is het begin van de weg die ons na zeven weken bij Pasen zal brengen. In de dienst krijgen alle gelovigen een kruisje met as op hun voorhoofd. Het is de as van de verbrandde buxustakjes of palmtakken die gebruikt werden op Palmpasen het jaar daarvoor.  De voorganger spreektt daarbij de woorden van Genesis 3 vers 19 "Stof ben je, tot stot keer je terug.' Hiermee wordt de sterfelijkheid van ons menszijn benadrukt. De sterfelijkheid van een leven buiten God om. In de meeste Protestantse kerken bestaat deze traditie niet. Maar het mag duidelijk zijn dat er meer en meer aandacht voor groeit. Kijk in dit verband naar het groeiende verlangen om de 40-dagentijd intenser te beleven.  
Volgende tekst Volgende tekst Home Home