VERVULD VAN DE GEEST

LUKAS 4 VERS 1 EVervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, waar hij door de duivel op de proef werd gesteld.
Verwondering alom  Niet de influisteraar, de duivel, ontsluit de wildernis, drijft Jezus de verlatenheid binnen.  Het is de Geest van God, - zacht en onbevangen als een duif, krachtig, wijs en doortastend als een adelaar -  die Christus zelf, bezielt en bewogen, de woestijn binnen gidst,  De stilte en de afzondering is het domein van de Trooster. Je gaat er niet binnen  op eigen initiatief  of omdat de traditie het je zo voorschrijft.  De Geest dringt aan, duwt met zachte hand, verleidt je liefdevol te komen. De wind blaast je die kant op. Er is eigenlijk geen alternatief dan om mee te gaan.  Wees daarom niet bang of ongerust voor ‘de roep’ in je eigen leven om deze weken meer alleen te zijn. Vertrouw erop dat Hij het zelf is die je influistert mee te gaan.  De heilige Geest is je gids Hij zal je leiden, leren en helpen, ook op de momenten dat het je zwaar valt. Juist dan, wijkt Hij niet aan je zij, maar zal je gadeslaan en liefde aanmoedigen.  Zo ging de heilige Geest met Jezus. Zo gaat de Geest met jou.
Deuteronomium 32:9–12 (NBV) 9 Jakob was het deel dat hij zichzelf toemat. 10 Hij vond het in een dorre woestijn, in een niemandsland vol van gevaar. Hij omringde het met zorg en met liefde, koesterde het als zijn oogappel. 11 Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, 12 zo heeft de HEER zijn volk geleid, hij alleen: geen andere god stond hem bij.

De woestijn zit vol herinneringen.

Mozes trok er ooit zijn schoenen uit, knielde er op heilige grond. Een stem riep uit een brandend braambos. Op een schijnbaar godverlaten plek wordt hij geroepen, openbaart God zijn wezen, kantelt de geschiedenis van Israël. In de wildernis van de Sinaï ontving een volk van slaven haar leefregels, Gods woorden, om als vrije mensen onderweg te gaan naar een land van melk en honing.   Op de flanken van de Horeb omwikkelde een profeet zijn gelaat. Niet in onweer of aardbeving kwam de Stem, maar in het zacht suizen van de wind, raakte God de levensweg van Elia. De verlatenheid roept, ook in het hart van Jezus, oude beelden terug uit een ver verleden. Het kan niet anders, de tijd spreekt zich uit. Zie hem daar gaan op de drempel van zijn roeping, zoon van Abraham, kind van Israël, Gods beminde. Hoe mag deze woestijntijd, tijd van inkeer, stilte en gebed zich aan jou ontvouwen? Mag het zijn – heilige grond in een alledaags leven woord van God voor een hunkerende ziel geboorteplaats van een vernieuwde tijd met Hem.

IS HET WAAR

GENESIS 3 VERS 1 Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ .

STEMMEN

Een samenraapsel van vreemdelingen trekt mee door de woestijn binnen de gelederen van Gods volk. Mozes heeft het er zwaar mee wanneer het er op aan komt. Gemopper en gezeur. Vreemde kostgangers die zich laten gelden. Teleurgestelden die hun stem verheffen Ontevredenheid rammelt aan de poort wanneer behoeftes onverzadigbaar blijken. Zo’n samenraapsel van vreemdelingen; je komt ze overal tegen - zit ergens in ons allemaal. Het zijn de onvermoede stemmen die onverwacht van zich laten horen, Stemmen waarvan je dacht dat je ze allang de baas was of kwijt was. Ze roepen van alles en nog wat: “Hé ik ben er ook nog! Wie denk jij wel dat je bent? Dat bidden van jou stelt weinigl voor! Als God van je houdt, waarom gebeurt dit dan allemaal? Het zit niet mee, vind je niet! Wie zit er nou op jou te wachten? Je bent een tandfiguur, een mislukkeling, dat heb je toch wel door! Soms zijn het oude stemmen die al heel lang met je meereizen. Je kent ze maar al te goed. Ze dwingen, zagen, rommelen, pesten, trekken alles in twijfel. Soms zijn het stemmen die nog maar net komen kijken. Juist nu het zo goed of beter gaat, steken ze hun kop om de deur. Ze vermoeien je. Houden je uit je slaap. Laten je liefst dingen doen, die nergens toe leiden, domme onzin. Uiteindelijk zijn het allemaal echo’s van die oude leugenaar uit het paradijs. Die suffe lastpak die Jezus in de woestijn op zijn nek zat en vroeg: “Als jij de zoon van God bent… ?” Stellig en helder leert Jezus ons een wijze les: ‘Niet bij brood alleen!” De stem van zijn Vader, daar gaat het om. Want stemmen zijn er vele, maar laat er één stem bepalend zijn. Eén stem die je volle aandacht wint, die je de weg wijst - en alle andere tot zwijgen dwingt. Eén  stem die waarheid over je spreekt de stem die je toebehoord. Oefen de oren van je hart om die stem helder te leren horen. Daarvoor zoeken we de stilte deze weken.
Numeri 11:4–6 (NBV) 4  Het samenraapsel van vreemdelingen dat met hen meetrok, was onverzadigbaar, en ook de Israëlieten begonnen weer te klagen. ‘Hadden we maar vlees te eten!’ zeiden ze. 5  ‘We verlangen terug naar de vis die we in Egypte volop te eten hadden, naar de komkommers en watermeloenen, de prei, uien en knoflook. 6  We drogen uit, we zien nooit iets anders dan dat manna.’
Matteüs 4:2–4 (NBV) 2     Nadat    hij    veertig    dagen    en    veertig    nachten    had gevast,   had   hij   grote   honger. 3    Nu   kwam   de   beproever naar    hem    toe    en    zei:    ‘Als    u    de    Zoon    van    God    bent, beveel   dan   die   stenen   in   broden   te   veranderen.’ 4    Maar Jezus   gaf   hem   ten   antwoord:   ‘Er   staat   geschreven:   “De mens   leeft   niet   van   brood   alleen,   maar   van   ieder   woord dat klinkt uit de mond van God.”’

WAAR JE OOK GAAT

PSALM 91 VERS 11     Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen,           die over je waken waar je ook gaat.

ENGELEN

De eenzaamheid van de woestijn kan verworden tot een bizarre uitvlucht wanneer je het niet meer ziet zitten. Oog in oog met de weerbarstigheid van je leven – de rafelranden, de pijnplekken, de niet te stoppen vraag van het ‘Hoe nu verder?’; ben je jezelf meer dan genoeg. Je sluit je zelf als het ware op in de eenzaamheid en je ziel schreeuwt wanhopig: ‘Laat het licht maar uitgaan!’ Wonderlijk genoeg getuigt de Schrift over engelen in de woestijn - over onverwachte ontmoetingen op onverwachte plekken. Matteüs en Marcus berichten dat ze er Jezus dienden. Ze waren er, met hem en voor hem. Het leven van Hagar, voelde zo zwaar dat ze de woestijn invluchtte -  en wie heeft dat niet ook eens gedaan – maar hoe ontroerend; een engel trof haar daar aan en vroeg: “Waar kom je vandaan? Waar ga je heen?” ‘Ik ben gevlucht’ vertelde ze nauwelijks hoorbaar. Het leven van Elia stortte totaal in toen niet gebeurde waar hij zo op hoopte. Eén van de allergrootsten uit de oude tijd raakte de weg helemaal kwijt. Een donker verlangen nam bezit van hem, ‘Laat mij maar sterven in de woestijn. Tot hier en niet verder!’ riep hij uit. Ook Elia wordt ‘gevonden’ door een engel, die hem voedt en laaft, die hem aanmoedigt om vooral door te gaan. In deze bezinningsweken kan er ook met jou iets aan de haal gaan, waar je liever ver weg van blijft. De stilte woelt soms dingen los die je confronteren; ongemakkelijk of zelfs dreigend. Dat er dan engelen mogen zijn die onverwacht je pad kruisen, uit de hemel of in de gestalte van mensen, die je troosten, bemoedigen, liefhebben en helpen je weg met God te gaan.
Genesis 16:6–8 (NBV) 6 Abram antwoordde: ‘Het is jouw slavin, doe met haar wat je goeddunkt.’ Toen maakte Sarai haar het leven zo zwaar dat ze vluchtte. 7 Een engel van de Heer trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. 8 ‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres,’ antwoordde ze.
De geschiedenis van Elia lees je in 1 Koningen 19  

STIL MIJN LEVEN

De nacht valt over zijn leven. Het is de laatste avond van de oude tijd. Nog eenmaal kijkt hij ze één voor één aandachtig en liefdevol in de ogen – en dan leert hij hen de diepe betekenis van dat oude woord, dat woord waarmee hij ooit de duivel het bos in joeg: ‘niet bij brood alleen zal de mens leven’ Hij is het zelf, het brood dat leven schenkt, en terwijl hij dankt, zegent, breekt en deelt, voelen ze allemaal, wat ze niet bevatten ze weten het, maar niet met hun hoofd, in hem en door hem is het leven. Niet bij brood alleen en toch weer wel een mystiek geheimenis waarbij wij leven. Christus voedt mij met uzelf ook de dagen dat ik geen honger heb wees mijn brood, mijn dagelijks brood, want alles dat ik eet op aarde is voor even en de trek keert terug maar u bent anders en maakt mij anders stil mijn verlangen met uw aanwezigheid stil mijn pijn met uw goedheid stil mijn angst met uw vertrouwen stil mijn rusteloosheid met uw barmhartigheid stil mijn falen met uw geduld stil mijn grofheid met uw zachtmoedigheid stil mijn duisternis met uw sterven stil mijn sterfelijkheid met uw opstanding stil mijn leven met u zelf
in
Matteus 4 vers 4 “ Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”
Met het lezen van de Bijbel gaat het vaak net zoals met het kijken naar verkeersborden boven een snelweg waar je nog nooit of weinig bent geweest. In een flits lees je wat er staat en vlak daarna vraag je jezelf af of je het wel goed gelezen hebt. Maar het verkeer is druk en de weg dwingt je om keuzes te maken en verder te gaan. Andere borden verschijnen en vragen om je aandacht. De tekst op het bord van zoeven raakt snel uit je bewustzijn. Voort gaat de weg. We lezen te vaak de Schrift als het rijden op een snelweg. We zijn onderweg van A naar B, liefst zo snel mogelijk. Borden zijn cruciaal voor het vinden van je bestemming. Maar je bent ze zo voorbij. Even denk ik aan het beeld van fietsers die stilstaan bij een paddenstoel op een kruising. Er wordt afgestapt. Plaatsnamen worden met aandacht gelezen, afstanden genoemd, er wordt overlegd en daarna pas weer verdergegaan. Soms staat er bij een kruising in het bos ook wel eens een bankje. Een mooi plekje om even te genieten van de omgeving, wat uit te rusten, iets te eten en te drinken, te praten over de dag, de reis, de bestemming. Met dit beeld kom je in de buurt van hoe je met de Bijbel mag omgaan. Je ogen lezen een paar verzen. Langzaam vullen ze je gedachten. Je mijmert wat weg. Waar kom je vandaan? Waar ga je naar toe? Je leest de woorden nog eens? Overdenkt ze. Proeft ze. Waar doen ze je aan denken? Waar wil de Geest van God je vandaag bij bepalen? Eén enkel woord. Een beeld. Een verlangen. Of is het gewoon even verwijlen bij een mooi vers en hoeft er verder helemaal niets. In dat ene moment is alles goed. Zo mag het zijn. Een woord geschreven op de wanden van je hart en jij verwondert je er over.
LECTIO
WOESTIJN
WEK DE DAGERAAD
WOESTIJN eerste overdenkingen

VERVULD VAN DE GEEST

LUKAS 4 VERS 1 EVervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, waar hij door de duivel op de proef werd gesteld.
Verwondering alom  Niet de influisteraar, de duivel, ontsluit de wildernis, drijft Jezus de verlatenheid binnen.  Het is de Geest van God, - zacht en onbevangen als een duif, krachtig, wijs en doortastend als een adelaar -  die Christus zelf, bezielt en bewogen, de woestijn binnen gidst,  De stilte en de afzondering is het domein van de Trooster. Je gaat er niet binnen  op eigen initiatief  of omdat de traditie het je zo voorschrijft.  De Geest dringt aan, duwt met zachte hand, verleidt je liefdevol te komen. De wind blaast je die kant op. Er is eigenlijk  geen alternatief dan om mee te gaan.  Wees daarom niet bang of ongerust voor ‘de roep’ in je eigen leven om deze weken meer alleen te zijn. Vertrouw erop dat Hij het zelf is die je influistert mee te gaan.  De heilige Geest is je gids Hij zal je leiden, leren en helpen, ook op de momenten dat het je zwaar valt. Juist dan, wijkt Hij niet aan je zij, maar zal je gadeslaan en liefde aanmoedigen.  Zo ging de heilige Geest met Jezus. Zo gaat de Geest met jou.
Deuteronomium 32:9–12 (NBV) 9 Jakob was het deel dat hij zichzelf toemat. 10 Hij vond het in een dorre woestijn, in een niemandsland vol van gevaar. Hij omringde het met zorg en met liefde, koesterde het als zijn oogappel. 11 Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, 12 zo heeft de HEER zijn volk geleid, hij alleen: geen andere god stond hem bij.

De woestijn zit vol herinneringen.

Mozes trok er ooit zijn schoenen uit, knielde er op heilige grond. Een stem riep uit een brandend braambos. Op een schijnbaar godverlaten plek wordt hij geroepen, openbaart God zijn wezen, kantelt de geschiedenis van Israël. In de wildernis van de Sinaï ontving een volk van slaven haar leefregels, Gods woorden, om als vrije mensen onderweg te gaan naar een land van melk en honing.   Op de flanken van de Horeb omwikkelde een profeet zijn gelaat. Niet in onweer of aardbeving kwam de Stem, maar in het zacht suizen van de wind, raakte God de levensweg van Elia. De verlatenheid roept, ook in het hart van Jezus, oude beelden terug uit een ver verleden. Het kan niet anders, de tijd spreekt zich uit. Zie hem daar gaan op de drempel van zijn roeping, zoon van Abraham, kind van Israël, Gods beminde. Hoe mag deze woestijntijd, tijd van inkeer, stilte en gebed zich aan jou ontvouwen? Mag het zijn – heilige grond in een alledaags leven woord van God voor een hunkerende ziel geboorteplaats van een vernieuwde tijd met Hem.

IS HET WAAR

GENESIS 3 VERS 1 Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ .
Numeri 11:4–6 (NBV) 4  Het samenraapsel van vreemdelingen dat met hen meetrok, was onverzadigbaar, en ook de Israëlieten begonnen weer te klagen. ‘Hadden we maar vlees te eten!’ zeiden ze. 5  ‘We verlangen terug naar de vis die we in Egypte volop te eten hadden, naar de komkommers en watermeloenen, de prei, uien en knoflook. 6  We drogen uit, we zien nooit iets anders dan dat manna.’
Matteüs 4:2–4 (NBV) 2     Nadat    hij    veertig    dagen    en    veertig    nachten    had gevast,   had   hij   grote   honger. 3    Nu   kwam   de   beproever naar    hem    toe    en    zei:    ‘Als    u    de    Zoon    van    God    bent, beveel   dan   die   stenen   in   broden   te   veranderen.’ 4    Maar Jezus   gaf   hem   ten   antwoord:   ‘Er   staat   geschreven:   “De mens   leeft   niet   van   brood   alleen,   maar   van   ieder   woord dat klinkt uit de mond van God.”’

STEMMEN

Een samenraapsel van vreemdelingen trekt mee door de woestijn binnen de gelederen van Gods volk. Mozes heeft het er zwaar mee wanneer het er op aan komt. Gemopper en gezeur. Vreemde kostgangers die zich laten gelden. Teleurgestelden die hun stem verheffen Ontevredenheid rammelt aan de poort wanneer behoeftes onverzadigbaar blijken. Zo’n samenraapsel van vreemdelingen; je komt ze overal tegen - zit ergens in ons allemaal. Het zijn de onvermoede stemmen die onverwacht van zich laten horen, Stemmen waarvan je dacht dat je ze allang de baas was of kwijt was. Ze roepen van alles en nog wat: “Hé ik ben er ook nog! Wie denk jij wel dat je bent? Dat bidden van jou stelt weinigl voor! Als God van je houdt, waarom gebeurt dit dan allemaal? Het zit niet mee, vind je niet! Wie zit er nou op jou te wachten? Je bent een tandfiguur, een mislukkeling, dat heb je toch wel door! Soms zijn het oude stemmen die al heel lang met je meereizen. Je kent ze maar al te goed. Ze dwingen, zagen, rommelen, pesten, trekken alles in twijfel. Soms zijn het stemmen die nog maar net komen kijken. Juist nu het zo goed of beter gaat, steken ze hun kop om de deur. Ze vermoeien je. Houden je uit je slaap. Laten je liefst dingen doen, die nergens toe leiden, domme onzin. Uiteindelijk zijn het allemaal echo’s van die oude leugenaar uit het paradijs. Die suffe lastpak die Jezus in de woestijn op zijn nek zat en vroeg: “Als jij de zoon van God bent… ?” Stellig en helder leert Jezus ons een wijze les: ‘Niet bij brood alleen!” De stem van zijn Vader, daar gaat het om. Want stemmen zijn er vele, maar laat er één stem bepalend zijn. Eén stem die je volle aandacht wint, die je de weg wijst - en alle andere tot zwijgen dwingt. Eén  stem die waarheid over je spreekt de stem die je toebehoord. Oefen de oren van je hart om die stem helder te leren horen. Daarvoor zoeken we de stilte deze weken.

WAAR JE OOK GAAT

PSALM 91 VERS 11     Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen,           die over je waken waar je ook gaat.

ENGELEN

De eenzaamheid van de woestijn kan verworden tot een bizarre uitvlucht wanneer je het niet meer ziet zitten. Oog in oog met de weerbarstigheid van je leven – de rafelranden, de pijnplekken, de niet te stoppen vraag van het ‘Hoe nu verder?’; ben je jezelf meer dan genoeg. Je sluit je zelf als het ware op in de eenzaamheid en je ziel schreeuwt wanhopig: ‘Laat het licht maar uitgaan!’ Wonderlijk genoeg getuigt de Schrift over engelen in de woestijn - over onverwachte ontmoetingen op onverwachte plekken. Matteüs en Marcus berichten dat ze er Jezus dienden. Ze waren er, met hem en voor hem. Het leven van Hagar, voelde zo zwaar dat ze de woestijn invluchtte -  en wie heeft dat niet ook eens gedaan – maar hoe ontroerend; een engel trof haar daar aan en vroeg: “Waar kom je vandaan? Waar ga je heen?” ‘Ik ben gevlucht’ vertelde ze nauwelijks hoorbaar. Het leven van Elia stortte totaal in toen niet gebeurde waar hij zo op hoopte. Eén van de allergrootsten uit de oude tijd raakte de weg helemaal kwijt. Een donker verlangen nam bezit van hem, ‘Laat mij maar sterven in de woestijn. Tot hier en niet verder!’ riep hij uit. Ook Elia wordt ‘gevonden’ door een engel, die hem voedt en laaft, die hem aanmoedigt om vooral door te gaan. In deze bezinningsweken kan er ook met jou iets aan de haal gaan, waar je liever ver weg van blijft. De stilte woelt soms dingen los die je confronteren; ongemakkelijk of zelfs dreigend. Dat er dan engelen mogen zijn die onverwacht je pad kruisen, uit de hemel of in de gestalte van mensen, die je troosten, bemoedigen, liefhebben en helpen je weg met God te gaan.
De geschiedenis van Elia lees je in 1 Koningen 19 
Genesis 16:6–8 (NBV) 6    Abram   antwoordde:   ‘Het   is   jouw   slavin,   doe met   haar   wat   je   goeddunkt.’   Toen   maakte   Sarai haar   het   leven   zo   zwaar   dat   ze   vluchtte.   7   Een engel   van   de   Heer   trof   haar   in   de   woestijn   aan bij   een   waterbron,   de   bron   die   aan   de   weg   naar Sur   ligt.   8   ‘Hagar,   slavin   van   Sarai,   waar   kom   je vandaan   en   waar   ga   je   heen?’   vroeg   hij.   ‘Ik   ben gevlucht       voor       Sarai,       mijn       meesteres,’ antwoordde ze.

STIL MIJN LEVEN

De nacht valt over zijn leven. Het is de laatste avond van de oude tijd. Nog eenmaal kijkt hij ze één voor één aandachtig en liefdevol in de ogen – en dan leert hij hen de diepe betekenis van dat oude woord, dat woord waarmee hij ooit de duivel het bos in joeg: ‘niet bij brood alleen zal de mens leven’ Hij is het zelf, het brood dat leven schenkt, en terwijl hij dankt, zegent, breekt en deelt, voelen ze allemaal, wat ze niet bevatten ze weten het, maar niet met hun hoofd, in hem en door hem is het leven. Niet bij brood alleen en toch weer wel een mystiek geheimenis waarbij wij leven. Christus voedt mij met uzelf ook de dagen dat ik geen honger heb wees mijn brood, mijn dagelijks brood, want alles dat ik eet op aarde is voor even en de trek keert terug maar u bent anders en maakt mij anders stil mijn verlangen met uw aanwezigheid stil mijn pijn met uw goedheid stil mijn angst met uw vertrouwen stil mijn rusteloosheid met uw barmhartigheid stil mijn falen met uw geduld stil mijn grofheid met uw zachtmoedigheid stil mijn duisternis met uw sterven stil mijn sterfelijkheid met uw opstanding stil mijn leven met u zelf
Matteus 4 vers 4 “ Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”
Met het lezen van de Bijbel gaat het vaak net zoals met het kijken naar verkeersborden boven een snelweg waar je nog nooit of weinig bent geweest. In een flits lees je wat er staat en vlak daarna vraag je jezelf af of je het wel goed gelezen hebt. Maar het verkeer is druk en de weg dwingt je om keuzes te maken en verder te gaan. Andere borden verschijnen en vragen om je aandacht. De tekst op het bord van zoeven raakt snel uit je bewustzijn. Voort gaat de weg. We lezen te vaak de Schrift als het rijden op een snelweg. We zijn onderweg van A naar B, liefst zo snel mogelijk. Borden zijn cruciaal voor het vinden van je bestemming. Maar je bent ze zo voorbij. Even denk ik aan het beeld van fietsers die stilstaan bij een paddenstoel op een kruising. Er wordt afgestapt. Plaatsnamen worden met aandacht gelezen, afstanden genoemd, er wordt overlegd en daarna pas weer verdergegaan. Soms staat er bij een kruising in het bos ook wel eens een bankje. Een mooi plekje om even te genieten van de omgeving, wat uit te rusten, iets te eten en te drinken, te praten over de dag, de reis, de bestemming. Met dit beeld kom je in de buurt van hoe je met de Bijbel mag omgaan. Je ogen lezen een paar verzen. Langzaam vullen ze je gedachten. Je mijmert wat weg. Waar kom je vandaan? Waar ga je naar toe? Je leest de woorden nog eens? Overdenkt ze. Proeft ze. Waar doen ze je aan denken? Waar wil de Geest van God je vandaag bij bepalen? Eén enkel woord. Een beeld. Een verlangen. Of is het gewoon even verwijlen bij een mooi vers en hoeft er verder helemaal niets. In dat ene moment is alles goed. Zo mag het zijn. Een woord geschreven op de wanden van je hart en jij verwondert je er over.
LECTIO
NAVOLGING 
NAVOLGING 